Doneren

ZEGENEN OF INZEGENEN?

De paus veroorzaakte laatst wat ‘kerkschudding’, door te zeggen dat homo’s en lesbiennes niet íngezegend, maar wel ‘gezegend’ kunnen worden. Bisschoppen, het Vaticaan, iedereen steggelde hierna over wat dit nou betekende. De leer van de katholieke kerk verandert niet: alleen een levenslang huwelijk tussen man en vrouw blijft de bedoeling, alle andere seksuele relaties zijn ‘irreguliere verbintenissen’. Maar mensen kunnen wel gezegend worden om kracht te krijgen om Gods weg te gaan. Dus een gebed dat de Heilige Geest ze kracht geeft zich te bekeren van wat de kerk nog steeds zonde noemt.

Het thema speelt overal. Gereformeerden, anglicanen, methodisten en Mozaiek: overal verschuiven de opvattingen. Bij ons pinksterchristenen echter niet of nauwelijks. We zien het, ook bij Meer Jezus/de VPE, als een punt waarover de Heilige Geest spreekt met de woorden van Judas:

‘Ik voel me genoodzaakt jullie te schrijven met de aansporing te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is. Want er zijn sommige mensen binnengeslopen (..) die de genade van onze God veranderen in losbandigheid’ (Judas 4).

Maar: inderdaad, elk mens kan gezegend worden. Niemand van ons kan uit zichzelf loskomen uit zonde. We hebben allemaal wonden in onze ziel, gaten in ons hart, kronkels in onze kop. En als God ons niet helpt, vullen we dat allemaal op met dingen die ongezond zijn voor onszelf, of die geen 100% liefde zijn voor de ander.

Dus veroordeling is uit den boze (Rom. 2:1). Letterlijk! We veroordelen onszelf ermee, en vergeten Gods genade, Gods hulp voor ons.

Maar Gods genade veranderen in losbandigheid is dus een groot gevaar. ‘God is zo genadig, Hij vindt alles wel best’. Een ieder van ons moet erkennen: die valse leer kan er ook bij mij ‘binnensluipen’. Ook mijn vlees is zwak. Ook ik kan uit angst voor reacties van mensen hun naar de mond praten, of zwijgen waar ik moet spreken. Ook ik kan door oprechte sympathie meegesleept worden in hoe ík vind dat God moet zijn: ‘Ik kan me niet voorstellen dat God …. ‘

Een gebrek aan kennis van Gods Woord, en daardoor een gebrek aan eeuwig perspectief, leidt al gauw tot dit soort tolerantie van ‘losbandigheid’. Ik las een Mozaiek-pastor zeggen in de krant:

‘‘Mensen worden meestal gelukkiger van geloven. Maar voor lhbt+’ers geldt dat vaak niet, blijkt uit onderzoek. Zonder kerk worden ze beter van geloof, maar hoe intensiever ze zich toewijden aan een geloofsgemeenschap, hoe groter het risico dat zij zelf hun leven beëindigen. Terwijl de kerk juist herstel en heling zou moeten brengen. Welke visie je ook hebt op lhbt+, als christen zou het je niet onberoerd moeten laten dat de kerk vaak niet veilig is voor lhbt+’ers.’

Heel begrijpelijk. Als het alleen om dit leven op aarde gaat! Maar wie de Bijbel leest, en dan vooral in de juiste vertaling, vindt in 1 Korintiërs 6 een verontrustende tekst:

‘Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven.’ (1 Kor. 6:10).

Het Koninkrijk niet beërven betekent niet gewoon wat minder van Gods kracht op aarde. Het betekent dat je verloren gaat.

‘Maar ik ga toch naar de kerk? Dan geldt dit toch niet voor mij?’

Een bekend misverstand. Het geldt voor iedereen. De reden dát we naar de kerk gaan, is om kracht en wijsheid te krijgen, om gehoorzaam te zijn aan Gods Woord. Zonde overwinnen en heilig te leven. Krachtig getuige zijn van het evangelie. Doop, kerkgang, bijbel lezen, jezelf christen noemen redt je niet. Geloof dat zich uit in gehoorzaamheid (al is het met vallen en opstaan), dát redt je wél (Jak. 2:14).

Dus als iemand een zegen wil, kracht van de Geest, om te breken met zonde – waaronder dus ook alle seksuele relaties buiten het huwelijk – dan krijgen ze die. Met handoplegging, zalfolie, firetunnel – alles uit de kast voor meer kracht van de Geest.

En al vallen we dan in zonde, maar komen we tig keer terug: de Heer vergeeft. 7x70x vergeven zegt God ons, dus doet Hij het Zelf ook. Zolang we maar blijven belijden, en terugkomen voor meer kracht. We mogen elkaar er wel aan herinneren dat God ons kracht om ermee af te rekenen, zodat het niet een levenslange nederlaag blijft. Maar hoe vaak wij en ieder ander ook terug blijft keren, Gods genade is onbegrensd.

Maar met een inzegening als goedkeuring, uitspreken dat God erachter staat (door woord of daad, door spreken of zwijgen), leiden we mensen op een dwaalweg. Als ze zich tijdens hun leven niet bekeren komt er voor hun een ijzingwekkend moment: wakker worden in een opstandingslichaam maar tot hun schrik erachter komen dat dit hun realiteit is:

“Niet ieder die tegen Mij zegt: Heer, Heer, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; Ga weg van Mij, jullie die wetteloosheid werken!” (Matt. 7:23).

Dit wens je je ergste vijand of schoonmoeder niet toe. Dus als we echt van mensen houden, kunnen we niet anders dan hen onder tranen waarschuwen.

Alles wat communiceert, met of zonder woorden, dat volharden in zonde te combineren valt met Jezus volgen, moeten we ontwijken. Ezechiël 13:22 noemt het valse profetie als we mensen die in zonde leven bemoedigen in plaats van oproepen tot inkeer (zie ook Next Level Discipelschap, dag 10).

We moeten dus door de kracht van de Geest leren zonder veroordeling mensen onder tranen, met bewogenheid en vanuit liefde en zorg voor hun eeuwige bestemming, oproepen tot bekering. Jezus deed dit, de apostelen deden dit, de profeten deden dit. En de bijbelgetrouwe kerk door de eeuwen heen deed het zo goed als lukte. Laten we in dat spoor treden.

We hebben door Gods genade, ook door ons dienen van de Heer, in de verschillende gemeenten mensen tot bijzondere verandering mogen zien komen. Door onvoorwaardelijk van ze te houden en met ze te eten – ook vóórdat hun leven al op orde was. Met mensen die eerlijk zijn over hun zonde eten we, ook vandaag de dag nog in zowel evangelisatie als het opbouwen van de kerken. En mensen hoeven ook niet al perfect te zijn voor we ze dopen, als we maar een open hart zien en ergens een vrucht – hoe klein ook – van echte bekering (Luk. 3:8).

Alleen door het voelen van die verbinding en het éérst zien van Gods onvoorwaardelijke liefde kan een mensenhart genezen, zich veilig voelen, en zo de kracht – een zegen! – ontvangen om te veranderen (Rom. 2:4). Door dankbaarheid voor genade, door radicale verliefdheid, kunnen zwakke mensen kracht van God ontvangen om een leven lang celibatair te blijven, rijkdom op te geven, vervolgd en uitgelachen te worden, land en familie achter te laten. Omdat ze weten dat het niet draait om eventjes 80 jaar geluk op aarde.

Hier kwamen ook vorig jaar twee jonge mannen achter die als stel samenwoonden, seksueel actief en activistisch bezig om de kerk hun relatie te laten accepteren. Sommige christenen gingen erin mee en zetten kerken onder druk om dit stel volledig als lid en op het podium te aanvaarden. Anderen gingen met hen in gesprek, maar die gesprekken verliepen stroef. Tot de coronatijd aanbrak, en ze serieus de bijbel begonnen te lezen bij gebrek aan kerkdiensten. Gods Geest overtuigde hen zelf, ongetwijfeld ook als reactie op gebed, dat hun relatie niet goed was. Ze braken met wat ze vanaf nu zagen als zonde. Ik ken één van deze twee al een tijd, wist dat hij uit de kast gekomen was maar niet van zijn bekering. Op aandringen van de Geest (na lang aarzelen) sprak ik met hem af, en hoorde dit verhaal. Hij denkt niet ooit te gaan vallen voor een vrouw – al hoopt hij er wel op. Maar kiest, soms met tranen, maar in zijn hart met blije gehoorzaamheid, voor celibatair, heilig leven. Hij drukte me op het hart hoe belangrijk het is dat christenen zowel waarheid als genade niet loslaten:

De wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus gekomen (Joh. 1:17)

Ongetwijfeld had iedereen die vocht voor erkenning van hun relatie in de kerk, liefdevolle motieven. Maar Gods Woord spreekt over de eeuwigheid. Even zeventig jaar geluk op aarde, maar dan miljarden eeuwen oneindigheid weg van God? Ja, we moeten strijden voor geluk en blijdschap van lhbt’ers. Maar dan hun eeuwige. Beslissend punt: geloven we wat God zegt over de eeuwigheid? Of kiezen we een uitleg die de scherpe randjes er vanaf haalt? Alleen wie koste wat kost de ‘liefde voor de waarheid‘ vasthoudt, zal bewaard blijven voor de ‘sterke misleiding van wetteloosheid’ aan het einde van de tijd (zie 2 Tess. 2:10-11).

Net na kerst hebben we mijn atheïstische, altijd vloekende oom op zijn sterfbed tot Jezus mogen leiden. Iedereen op de crematie geschokt dat er ineens een christelijke preek kwam, haha. Voor iedereen is er hoop, tot het einde toe. Maar laat onze boodschap niet verwateren. God zal ons helpen moedig te zijn in rare tijden. Moedig zondaars te zegenen met onvoorwaardelijke liefde, én moedig om niet goed te keuren wat God niet goedkeurt. En Hij zal Zijn Woord bevestigen met Geest en kracht!