Doneren

Met wie je wel en niet moet eten

“Toen de schriftgeleerden en de Farizeeën Hem zagen eten met de tollenaars en zondaars, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet en drinkt Hij met de tollenaars en zondaars? En toen Jezus dat hoorde, zei Hij tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars” (Markus 2:14-17).

“Ik heb u in mijn vorige brief gezegd dat u niet moet omgaan met mensen die verboden seks hebben. Ik bedoel daarmee niet alle mensen op deze wereld die verboden seks hebben. Want dat soort mensen kom je overal tegen, net als mensen die alleen voor het geld leven, of mensen die stelen, of afgoden vereren. Als je zulke mensen niet tegen wilt komen, moet je deze wereld verlaten! Wat ik bedoel is dit: u mag niet omgaan met iemand die zichzelf een broeder of zuster noemt, maar in feite verboden seks heeft, een geldwolf is, of een afgodendienaar, lasteraar, dronkaard of uitbuiter. Met zo iemand mag u beslist niet eten. Waarom zouden we over buitenstaanders oordelen? U hoeft toch alleen te oordelen over leden van de gemeente? Over de buitenstaanders zal God oordelen. Maar binnen de gemeente geldt: ‘Verwijder wie kwaad doet uit uw midden.’” (1 Korintiërs 5:1-5, 9-13)

Er is veel verwarring over hoe Jezus omging met zondaars, en hoe wij christenen moeten omgaan met zondaars. Deze bovenste teksten zeggen eigenlijk alles. Het verschil is:

‘ALS IEMAND ZICH EEN BROEDER OF ZUSTER NOEMT’.

Zolang iemand eerlijk is over zijn of haar zonde, en niet claimt die ‘broeder of zuster’ te zijn, eet Jezus en eten wij met zondaars. We lachen met ze, huilen met ze, hangen met ze, helpen ze, dienen ze. Zijn aanwezig op hun feestjes, in hun levens, in hun problemen. Want de goedheid van God kan mensen tot inkeer leiden. Ook wij waren net zo zondaar. En Gods goedheid en genade hielp ons te veranderen.

Jezus gaf de tollenaars geen tips hoe meer geld uit de mensen te kloppen, en zegende geen nieuwe bordelen in. Hij was duidelijk erover dat zondaars ‘ziek’ zijn en ‘genezing’ nodig hebben. En daarom was Hij bij ze. Wij christenen moeten zijn waar de zieken zijn. Niet om hun zonde goed te praten of ze erin te helpen, maar omdat zij – net als wij zelf – pas kunnen veranderen als God, direct of via Zijn volgelingen, ons ermee helpt.

We hebben mensen gehad die jarenlang in onze kerk kwamen zonder zich ooit te laten dopen. Ze hoorden er helemaal bij, hielpen en dienden mee, maar het was ook duidelijk dat niemand ze de hemel beloofde zonder dat ze zich bekeerden. We joegen kortzichtige christenen bij ze weg die hen aanspraken op hun kleding, gewoontes, taalgebruik. Pas als ze Jezus écht ontmoeten, krijgen ze de kracht om te veranderen.

En tot die tijd gaan we geen kunstmatige aanpassing van ze eisen. Op gepaste momenten spraken we zo goed en kwaad als het kon met ze erover. Want uiteindelijk maakten we het wel aan hen en de hele gemeente duidelijk dat pas wanneer iemand zich bekeert, de zonde afzweert, zich laat dopen, en gelovend achter Jezus aangaat – desnoods struikelend – Jezus die mensen ‘behouden’ en ‘vergeven’ verklaart.

Dus als iemand zich geen christen noemt, is het helemaal waar dat ‘iedereen welkom is’ en ‘je mag komen zoals je bent’.

Maar als iemand precies diezelfde zondige levensstijl heeft maar zich desondanks ‘een broeder of zuster’ noemt, is het totaal anders. Jezus zegt (en Paulus zegt dit Hem na) dat als we volgelingen van Hem zien zondigen, we ze onder tranen terecht moeten wijzen. En als dat niet werkt, samen met wat anderen en zelfs de hele gemeente. En als dat niet werkt, dat we ze met een bedroefd hart uit de gemeenschap moeten plaatsen.

We zouden ze bedriegen als we met ze blijven “eten” (=omgaan alsof er niks aan de hand is), want daarmee zouden we de boodschap overbrengen dat je gedrag niks uitmaakt. Terwijl Jezus duidelijk zegt dat alleen wie de wil van God blijft doen (al is het met vallen en opstaan), gered en vergeven is. Aan de vruchten ken je de boom.

Een echte ontmoeting met Jezus waarop je in geloof reageert, leidt uiteindelijk tot verandering van binnenuit in je hart, naar buiten toe in je gedrag. We zouden mensen misleiden als we hier op gepaste momenten, met genade, niks over zouden zeggen. Een foute eindstreep trekken in een wieleretappe waardoor de fietser juichend alsnog ingehaald wordt omdat hij er nog niet was. Een valse negatieve coronatest waardoor mensen onterecht denken niemand te kunnen besmetten. Een onterechte gezondverklaring waardoor de tumor niet bestraald wordt, terwijl ze bij behandeling gered hadden kunnen worden.
We hebben mensen op indrukwekkende wijze tot eeuwige oprechte inkeer zien komen, nadat we onder tranen en met grote angst voor de reacties, ze toch in gehoorzaamheid aan Jezus uit de gemeente hebben moeten zetten.

Veel mensen weten niet wat Jezus hierover leert, dus de verwarring is begrijpelijk. We zijn ook bang om als liefdeloze veroordelende Farizeeër gezien te worden. Maar we volgen hierin niet de Farizeeërs, maar de grootste bestrijder van hypocrisie en veroordeling: Jezus.
Eten met zondaars die eerlijk zijn over hun status. Want dat kan ze redden.
Niet eten met zondaars die zichzelf volgeling van Jezus noemen. Want dat kan ze redden.

Allebei is Jezus.
Allebei is liefde.

En het door elkaar halen… kan onbedoeld mensen op een verkeerd spoor zetten, voor eeuwig.
Met wie je wel en niet moet eten. Het maakt nogal wat uit.