Doneren

Dag 36 – God onze Dokter

Als jullie de woorden van de HEER, jullie God, ter harte nemen, als jullie doen wat goed is in Zijn ogen en al Zijn geboden geboden en wetten gehoorzamen, zal Ik jullie met geen van de kwalen treffen waarmee Ik Egypte heb gestraft. Ik, de HEER, ben het die jullie geneest (Exodus 15:26).

Als God wilde dat we niet al te hoge verwachtingen zouden hebben, had Hij het best een stuk genuanceerder kunnen laten opschrijven als dit

God doet wonderen. Niet altijd wanneer en hoe we het willen, niet zó dat wij Hem op bestelling kunnen laten opdraven, maar Hij doet ze wel. Hij had net zo goed God kunnen zijn zonder bovennatuurlijke dingen te doen op aarde, en dan was Hij nog steeds God. Maar Hij heeft bewust gekozen Zichzelf te laten zien door wonderen heen. Niet altijd en voortdurend, anders heb je geen geloof meer nodig. Maar wonderen horen bij het leven met God!

Specifiek zegt God dat Hij onze ‘Heelmeester’ wil zijn. Aan het volk Israël zegt Hij dat als ze naar Zijn stem luisteren, hij de ziektes die Hij de Egyptenaren eerder oplegde bij hen weg zal houden. En ook als ze tóch ongehoorzaam zijn, geneest Hij ze als Mozes voor ze bidt. Elia en Elisa genezen ook mensen tijdens hun bediening als profeet.
En dan zien we ultiem Gods verlangen om te genezen door Jezus. Hij is de ‘afdruk van Gods wezen’, oftewel: in Jezus zien we de volle klap van wie God echt is. Overal geneest Hij zieken. Op sommige plekken zelfs álle zieken. Gods hart in Jezus zien we enorm mooi in Markus 1:40-41:

En er kwam een melaatse naar Hem toe, die Hem smeekte en voor Hem op de knieën viel en tegen Hem zei: Als U wilt, kunt U mij reinigen. En Jezus, innerlijk met ontferming bewogen, stak Zijn hand uit, raakte hem aan en zei tegen hem: Ik wil het, wordt gereinigd!

Jezus wil het.

En de apostelen in de vroege kerk gingen daar vrolijk mee door. Hun schaduwen en zweetdoeken genazen! Moet je eens bij de Kruidvat om vragen, of het apostolische zweet in de aanbieding is. Ook in de kerkgeschiedenis zien we dit doorgaan. Kerkvader …. durfde de Griekse filosoof aan de andere kant van het Romeinse Rijk uit te dagen om een willekeurige christen in zijn stad te vragen te bidden voor de meest zieke of bezeten persoon die hij kende – met de garantie dat de christen in Jezus’ Naam hem of haar zou genezen!

Nergens zegt God dat Hij wil dat deze kracht gaat afzwakken. Hij roept ons juist op ons hier met alles wat we hebben naar uit te strekken. Als hij wilde dat we niet al te hoge verwachtingen zouden hebben als we bidden om wonderen, had Hij het echt best een stuk genuanceerder kunnen laten opschrijven als dit:
•   Wat je de Vader ook vraagt in Mijn Naam, Hij zal het je geven (Joh. 16:23)
•   Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan (Jak. 5:15)
•   Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zeg je tegen die berg: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn (Matt. 17:20)

Pas Gods Woord niet aan aan je ervaring, maar laat je ervaring zich aanpassen aan Gods Woord. Nogmaals, niemand heeft God verplicht genezing te beloven. Hij had het niet hoeven doen. Maar Hij doet het wel. Genezing is Zijn wil.

Ons vlees, onze zondige natuur – ook de mijne – vindt dit allemaal maar ongemakkelijk. Het liefst schuiven we de verantwoordelijkheid af op God. ‘Hij is soeverein, als Hij het wil, doet Hij het Zelf wel’. Maar de realiteit is dat wonderen vaak uitblijven vanwege:

•      •         zonde of andere ongehoorzaamheid: 1 Kor. 11:28-32, Jak. 5:14-16
•      •         ongeloof: Mark. 6:3-6, 9:19, Jak. 1:6-8
•      •         gebrek aan volharding: Rich. 20:18-35, 2 Kon. 13:19

Let op, draai dit nooit om! Soms is er echte gehoorzaamheid aan God en puur volhardend geloof, en blijven wonderen toch uit. In de Bijbel spreekt God over mensen die ziek waren door zonde of ongeloof, maar ook over Job, Elisa, Paulus, Timoteüs en Trofimus: ziek, zonder dat we horen van een reden. Vragen zullen altijd blijven. Maar we moeten niet te snel concluderen ‘God wil het niet’, als wij niet ons deel doen.

We hebben binnen één maand meegemaakt in de kerk dat God iemand spectaculair een compleet nieuwe maag gaf toen ze een transplantatie nodig had, en dat iemand een paar weken na de diagnose op 50-jarige leeftijd stierf aan een hersentumor. Door beide gebeurtenissen kwamen mensen tot geloof: door Gods karakter te zien door genezing, én door hoe de stervende mensen verzoende, vergeving vroeg, en volle vrede en blijdschap behield.

Er is altijd een manier om God de eer te geven. Als het wonder uitblijft, is er altijd een ‘vrouw van Job’ in de buurt die zegt: ‘Vervloek God en sterf!’ (Job 2:9). Laat je antwoord altijd zijn: ‘God geeft, God neemt: laat de Naam van de Heer geprezen zijn!’ (Job 1:21).

Maar er in ons iets wakker worden: laat het nooit aan mijn ongehoorzaamheid of mijn ongeloof liggen dat er geen kracht van God is. Laat een heilige agressie over ons komen, een weigering genoegen te nemen met minder dan alles van God. Hongeren en dorsten naar doorbraken van Gods kracht, desnoods met bidden, vasten en doorgaan waar anderen stoppen, ons ontmoedigen, of zelfs God niet mee lijkt te werken. Het gaat niet om ons, het gaat om Zíjn eer. Ons deel is naar álle gaven van de Geest te ‘streven’: overkoken van verlangen (zie dag 28) – óók naar de gave van genezing. Onze opdracht is: ‘Genees de zieken!
‘Vraag naar de HEER en Zijn kracht, zoek Zijn aangezicht voortdurend!’ (Ps. 105:4).

OM TE BESPREKEN:
Welke wonderen heb je mogen meemaken, zelf of in je omgeving?
Wat waren de effecten ervan in jezelf en anderen?
Heb je ook ervaringen met bovennatuurlijke zaken uit duistere bronnen?
Wat zou je kunnen doen om een atmosfeer van meer geloof voor wonderen te kunnen kweken?

ALS JE VERDER WIL LEZEN:
Deut. 4:6-8, 13:1-4, Mt. 17:14-21, Ex. 4:1-9, Luk. 10:13-15, Joh. 14:6-14, Marc. 11:20-24